Het Visserijmuseum in Woudrichem

Interview met bestuursleden Arjens van Gammeren en Joop van Straten

De theorie
Het Visserijmuseum in Noord-Brabant met gemiddeld 3.000 bezoekers per jaar, heeft de grootste verzameling op het gebied van riviervisserij in Nederland. De grootste aandacht van het museum gaat uit naar het doorgeven van de kennis over die collectie. Uniek aan Woudrichem is het visrecht voor de wateren van Altena. In de Middeleeuwen hebben de poorters en de poorters kinderen van Woudrichem dit recht gekregen. Nog altijd wordt dat recht van de ingezetenen van Woudrichem gedoogd. Deze oude rechten en bijbehorende kennis en tradities wil het museum behouden en uitdragen, sterker nog, dat is de plicht van het museum volgens Arjens van Gammeren.

De praktijk
Vandaar dat de achtstegroepers van alle elf Woudrichemse basisscholen al drie keer in het museum zijn geweest tegen de tijd dat zij naar de middelbare school overstappen. Hiervoor heeft het museum onder andere de projecten die door Erfgoed Brabant worden aangeboden ingeschakeld. Goedlopende projecten zijn 'Over Gisteren', gericht op 4 en 5 jarigen en 'Jet en Jan', gericht op 9 en 10 jarigen. Daarnaast worden er cursussen visnetten breien voor 12 en 13 jarigen georganiseerd.

Het museum is bovendien bezig om de geschiedenis van dat visrecht in een kinderboek te vatten om de achtstegroepers op een langdurigere manier kennis mee te kunnen geven. In combinatie met het boek komt er een lespakket waarmee drie scholen aan hun groep 8 de lokale geschiedenis gaan onderwijzen.

Niet alleen voor kinderen wordt er veel georganiseerd. Het museum richt zich ook op de lokale inwoner. Op allerlei manieren wordt geprobeerd de betrokkenheid van het museum binnen de regio te vergroten en de oude vissersambachten uit te dragen. De cursus visnetten breien is er zo ook voor volwassenen, naast de cursussen zeil maken, touwslagen, mandenvlechten, het tanen van zeilen, enzovoort. De cursisten komen uit Woudrichem zelf, maar ook uit Antwerpen of Hoorn en hebben als gemene deler de link met het water. Deze mensen komen allemaal naar dit museum, omdat dergelijke cursussen uniek zijn in de weide omgeving.

De cursussen worden juist in de winter aangeboden als het museum gesloten is. Ook zijn ze beschikbaar als oefenlocatie voor het lokale koor of als vergaderruimte. Zomers, zo vertellen Arjens en Joop, vindt het Levend Museum plaats. Op deze dag, meestal eind april of begin mei, geven (oud)cursisten en docenten demonstraties op het plein voor het museum. Het museum krijgt zelfs aanvragen om dergelijke demonstraties ook elders in het land op nautische dagen te geven. Dit brengt de oude ambachten tot leven op SALE in Amsterdam, aan de waal in Nijmegen of bij de seizoensopening in Kinderdijk. Vangwege de hoeveelheid aanvragen is er zelfs een evenementencommissie en een ambachtencommissie ingesteld.

Het museum richt zich dus niet alleen op de visserij pur sang, maar ook om de nevenactiviteiten die daarbij kwamen kijken. De zeilen, de manden en het gereedschap maakte een visser namelijk niet zelf, maar zijn wel onderdeel van het ambacht. Er wordt zelfs nog breder gekeken, het is namelijk een cultuurhistorisch museum, en dus wordt er ook aandacht besteed aan bijvoorbeeld het dialect van de vissers.

De lijst van activiteiten bleek echter onophoudelijk te zijn, want er zijn ook ludieke acties gaande. Zoals het werpzakkenwerpen dat is ontstaan uit de cursus netten breien. Jaarlijks wordt er nu een kampioenschap bij de kerk georganiseerd, waarbij er in plaats van een vis, een voetbal wordt gevangen. De werpzakken zijn uiteraard volledig zelf- en handgemaakt. Of de demonstraties op de nationale kampioenschappen van de visbakwedstrijden en de deelname aan de roeiwedstrijden met zalmschouwen.

Toekomstplannen
Om de toekomstige bezoekers te interesseren en de kennis te vergroten en te verspreiden heeft het Visserijmuseum veel meer ideeën. Zo is er de wens om de bibliotheek te vergroten en te digitaliseren, wil het museum graag lezingen gaan organiseren en is er het idee om de verbinding van de oude ambachten met de kunst verder uit te breiden. Er wordt al samengewerkt met kunstenaars die de oude technieken in hun kunst willen opnemen en het museum is al ieder jaar als expositieruimte onderdeel van de lokale kunstroute die door Woudrichem loopt, maar deze verbinding moet nog groter gaan worden. Tot slot is het plan om meer informatie te gaan verzamelen over de oude ambachten, door in kaart te gaan brengen hoe de oude netten precies werden gebruikt, want nog altijd is dat niet allemaal bekend.

Aanbevelingen                                                   
Het Visserijmuseum werkt vanuit het idee dat een museum zichtbaar moet zijn, zodat steeds meer mensen het museum zullen leren kennen. Kijk dicht bij huis, probeer de mensen uit je eigen regio binnen te krijgen en ga van daaruit steeds een stapje verder. Toont het museum een vakmanschap dan moet dat worden uitgedragen, aldus Arjens van Gammeren. Ga ermee naar buiten! Het publiek is ten slotte ook de kweekvijver van nieuwe vrijwilligers. Dit wordt weer gekoppeld aan het beleid omtrent de schoolkinderen. Als die naar de middelbare school gaan of gaan studeren dan raken ze uit beeld, maar als ze als volwassenen terugkeren naar Woudrichem, dan is de band met het museum al gelegd. Voor een laatste tip wordt er nog even aan de vrijwilligers gedacht. Daar zitten genoeg ideeën en middelen, dus die moet je wel de ruimte geven door ze de vrije hand te geven. Dan zullen er prachtige zaken uit voort komen.

 

 

©2017 Erfgoed Brabant