Deel 33 "Noordbrabants Historisch Jaarboek" nu verkrijgbaar

- 7 december 2016

Het historisch bedrijf in Noord-Brabant en de andere delen van het oude hertogdom Brabant floreert: vooral onder vrijgestelden maar ook aan de diverse universiteiten wordt volop interessant en innoverend onderzoek gedaan. Dankzij de bevlogenheid van velen, jong en al wat ouder, kan de redactie verheugd melden dat deel 33 van het Noordbrabants Historisch Jaarboek een interessante staalkaart van dat onderzoek biedt.

NHJ 33 kost €25,- en is te bestellen via faamnl@xs4all.nl.

Inhoud
Martien van Asseldonk en Karel Leenders tekenen andermaal gezamenlijk voor een historisch-geografisch artikel. Hierin gaan zij aan de hand van vermeldingen van oppervlaktematen in middeleeuwse en latere bronnen na welk meetsysteem in de Meierij van ’s-Hertogenbosch werd gebruikt voor landmeting. Aan het gebruik van bepaalde maten en de vervanging van de aanvankelijk gebruikte inhoudsmaten voor graan door oppervlaktematen ontlenen zij een hypothese die onderzoekers in staat stelt de ontginning en ontwikkeling van het cultuurlandschap nader te dateren en te duiden.


Bij de presentatie van het NHJ 33. Foto: Ria de Folter-Sebregts

Bram Vannieuwenhuyze, kersvers bijzonder hoogleraar Historische cartografie aan de Universiteit van Amsterdam, levert een verrassend en methodisch vernieuwend artikel waarin hij de studie van stedelijke morfologie, topografie, toponymie en ontwikkeling combineert. Zijn casus betreft de straatnaam Hoogstraat in een aantal laatmiddeleeuwse Brabantse steden. Dankzij een comparatieve benadering komt hij tot opmerkelijke vaststellingen omtrent de functie en oorsprong van enkele Hoogstraten en hun rol in de stedelijke topografie.

Dat kloosters een belangrijke rol speelden in het sociaal, religieus, politiek en ruimtelijk weefsel van diezelfde Brabantse steden, konden we in het vorige deel van het NHJ al lezen. Jan Sanders diept de casus ’s-Hertogenbosch uit, waarin tussen de dertiende en de vijftiende eeuw het aantal mannen- maar vooral vrouwenkloosters sterk toenam, zozeer dat de stad in de zestiende eeuw de bijnaam Cleyn Rome kreeg. Sanders laat zien welke kloosterbewegingen en -hervormingen ten grondslag liggen aan dit proces van verkloostering en welke gevolgen dit had voor het Bossche kloosterlandschap. Veel van de nieuwe kloosters groepeerden semi-religieuzen en functioneerden buiten de bestaande kloosterorden. Ze namen veelal derde-orderegels aan of schaarden zich later onder kloosters van de Moderne Devotie.

Daders van zelfdoding werden in de zeventiende en achttiende eeuw juridisch vervolgd – een merkwaardigheid die ons natuurlijk de wenkbrauwen doet fronsen. Erik-Jan Broers analyseert de toenmalige rechtspraktijk aan de hand van enkele casussen en gaat na hoe het juridische denken over de bestraffing van zelfmoord in de loop van de achttiende eeuw veranderde, zodat zelfdoding als misdrijf in de negentiende eeuw verdween uit het strafrecht.


Prof. dr. Bijsterveld bij de presentatie van het NHJ 33. Foto: Ria de Folter-Sebregts.

In 2015 promoveerde Klaasje Douma op een proefschrift over groepsvorming, adellijke levensstijl en regionale identiteit van de adel in Noord-Brabant tussen 1814-1918. In het hier gepresenteerde artikel gaat zij dieper in op de rol en betekenis van sociëteiten en herengezelschappen bestaande uit vertegenwoordigers van de maatschappelijke elite voor de vorming en invulling van een adellijke, Noord-Brabantse groepsidentiteit. In de tweede helft van de negentiende eeuw ontwikkelden zij zich tot dragers van de Brabantse cultuur totdat anderen die rol overnamen.

Thunnis van Oort is een kenner van de maatschappelijke geschiedenis van het bioscoopwezen, met name in Zuid-Nederland. Een kwestie rond ‘gemengd’ bioscoopbezoek in het West-Brabantse Rucphen in 1929 vormt de aanleiding om de gang van zaken rond keuring, kerkelijk en gemeentelijk toezicht en de scheiding van de seksen in de bioscoop uit de doeken te doen.

In 2016 overleed in de persoon van prof. mr. Jos Coopmans de laatste van het drietal gepromoveerde historici dat in de decennia tussen pakweg 1960 en 2000 de toon aangaf in het wetenschappelijk onderzoek aan de Tilburgse universiteit en in het Noord-Brabantse archiefwezen: naast Coopmans waren dat Harry van den Eerenbeemt (1930-2007) en Louis Pirenne (1924-2014). Trix Jacobs en Erik-Jan Broers luiden hun leermeester uit in een In Memoriam.

Het jaarboek wil in toenemende mate verslag doen van wetenschappelijke en inhoudelijke ontwikkelingen op het gebied van erfgoed en geschiedenis. Daarom worden hierin verslagen opgenomen van het door de Erfgoed Academie Brabant en het Vlaamse FARO georganiseerde congres over culturele duurzaamheid en regionaal erfgoedbeleid en van het symposium over lokaal onderzoek naar Joodse gemeenschappen in Noord-Brabant voor en tijdens de oorlogsjaren, beide gehouden in het voorjaar van 2016.

In 2016 fungeerde de redactie van het NHJ voor de eerste keer als jury voor de tweejaarlijkse scriptieprijs Brabantse Geschiedenis, waarmee de beste scriptie van een masterstudent uit 2014 en 2015 werd gehonoreerd. Een verslag van het jureringsproces en de prijsuitreiking is hier dus op zijn plaats. Met de prijs willen de redactie en de betrokken partijen – Erfgoed Brabant, de Historische Vereniging Brabant en de Stichting Zuidelijk Historisch Contact – benadrukken hoe belangrijk het is dat we in gezamenlijkheid werken aan een toekomst voor historisch onderzoek door jongeren een kans te geven hierin een loopbaan op te bouwen.

Zoals gebruikelijk worden in de Kroniek de tot en met 2015 verschenen historische publicaties over de (Noord-)Brabantse geschiedenis met een wetenschappelijk gehalte besproken.

Bekijk hier de inhoudsopgave het jaarboek.

©2017 Erfgoed Brabant